Gezinsblad
Jan IJsbrantsz de Vette, geb. 1590, ovl. te Kethel 1617 met:
Maertge Claesdr , geb. 1590, ovl. te Kethel 18 jan 1655
1) IJsbrant Jansz. de Vette
2) Jacob Jansz de Vette
3) Maertge Jansdr. de Vette met:
Pieter Gerritsz. Caron, ovl. voor 1657
4) Annetge Jansdr de Vette, geb. te Kethel ± 1610, begr. te Kethel 2 apr 1668
Gehuwd 28 dec 1658 met:
Vranck Willemse (Franck) van Rijt, geb. te Kethelpolder ± 1600, ovl. te Schiedam 2 feb 1674, Gerecht van schiedam: Register van overledenen:
fol.26v. - Februarij 1674: nr.537 - Den 2e dito Franck Willemsz. van Rijt van hier vervoert.
, zoon van Willem Vrancken van Rijt en Claesge Gerritsdr
27-11-1668. Vranck Willemszn. van Rijt verkoopt Arie Dircksz. Buijtewech zekere hollen berg en het erf daar deze op staat gelegen over het St Anna Zusterhuis bij de Noordmolen, belend N Pieter Cornelisz. Cooper en Z Claes Gijsbrechtsz. van der Plaets met huis en erf, strekkende voor van de straat tot achter aan de tuin van de erfgenamen van Jan Wilsoet, alles volgens de oude waarbrieven, daarvan de jongste is van 19-05-1663, voor 127 gld in gereed geld ontvangen.
--------------------
RECHTELIJK ARCHIEF KETHEL en SPALAND: Nr. 153 folio 121 d.d. 11-04-1663.
Franck Willemsz. van Rijt wonende in de Kethelpolder bekent ten huwelijk gegeven te hebben aan Claas Franckensz. van Rijt zijn zoon, zijn comparants woning als huis, schuur, barg en geboomte met de boomgaard en de grond waarop de woning staat in de Oostabspolder. Belend ten O: en N: Andries Ramp, ten Z: de weduwe van Arijen Joosten van Rijt en ten W: de polderwatering. De jongste waarbrief in dato 14-04-1632, waarmee de comparant de woning met nog 4 hond land is opgedragen. Niet belast.
-------------------------
Oud rechtelijk archief Schiedam:
07-07-1670. Vranck Willemsz. van Rhijt wonende alhier als last hebbende van Vranck Joostenz. van Rhijt zijn neef verkoopt aan Pieter Lourisz. van Noorden een huis en erf op de Dam alhier, belend O s-heren steeg en W Jacob Jacobsz. van der Burg, strekkende voor van de straat tot achter aan het huis van Jan Thijsz. schoenmaker alles volgens de oude waarbrief van 14-05-1639 voor 600 gld in gereed geld ontvangen.
--------------------------
Protocollen van voor schout en schepenen verleden akten van transport, schuldbekentenis, borgstelling, testament. Kethel
Nr. 49 folio 37v. d.d. 16-05-1657.
IJsbrant Jansz. de Vette, Jacob Jansz. de Vette, Maertje Jansdr. de Vette weduwe Pieter Gerritsz. Caron, Vranck Willemsz. Overrijt gehuwd met Annetje Jansdr. de Vette, Claes Jorisz. mondige zoon van Trijntgen Jansdr. de Vette, mitsgaders IJsbrant Jansz. en Jacob Jansz. voorn. als gestelde voogden over het nog onmondige weeskind van dezelve Trijntje Jansdr., nog Arijen Arijensz. en Job Cornelisz. gehuwd met Maertgen Arijensdr., nagelaten kinderen van jonge Maertgen Jansdr. de Vette, allen kinderen en kindskinderen van Maertje Claesdr. die weduwe was van Jan IJsbrantsz. de Vette, hebben verkocht aan Goris Jansz. de Vette, 6/7 parten in een huis en erf waarin Goris Jansz., mede een zoon van Maertje Claesdr. en Jan IJsbrantsz. de Vette, het resterende 1/7 part zelf bezit, staande in het dorp Kethel. Belend ten N: 's-herenstraat, ten O: het Ambachts Predikantenhuis, ten W: Jan Cornelisz. Speck en ten Z: Dirck Cornelisz. Bijl. De jongste opdrachtbrief in dato 19-10-1632. Belast met een opstal van 28 st., nog een opstal van 6 st. en een van 14 st. per jaar. Prijs f 514-06-00, contant geld.
5) Trijntge Jansdr. de Vette, geb. ± 1620, ovl. 2 nov 1647
Hoofdindex A-Z