Gezinsblad
Pieter Arent Frankensz. vander Meer met:
Lidewy de Wilt van Bleyswijk
1) Catharina van der Meer, ovl. te 's Gravenhage 1543 met:
Joost (Ridder) Sasbout, geb. te Delft 4 mrt 1487, Geboorte volgens Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek, pag.1265.

Ridder, heer van Spaland. Werd in 1525 lid van het Hof van Holland, in 1526 van dat Friesland, en na de dood van Willem van der Meer, gezegd van Alkmaar, opperkanselier van Gelderland. Hij overleed te Haarlem in 1546, in de ouderdom van 59 jaren,maar werd te Arnhem begraven. Hij zelf vervaardigde zijn grafschrift, in latijnsch dichtmaat, in een steen in de trans van 't koor van de kerk, waarin 's mans overblijfselen rusten, op zijn bevel uitgehouwen. Hij huwde Catharine van der Meer, dochter van Pieter Frankenszoon van der Meer en van Lidewy de Wilt van Bleiswyk, die hem verscheidene kinders schonk.
, ovl. 1546, begr. te Arnhem(in de Groote Kerk) 14 nov 1546, zoon van Sasbout Dirksz (Jonkheer) Sasbout en Machtild Jansdr. vander Dussen
Mr. Joost Sasbout, Ridder, Heere van Spaland, eerst Raat van Holland, daarna den eersten Cancelier van Gelderland onder Karel V., burgermeester van Delft.

1-5-1538: Uitspraak van Joost Sasbout, raadsheer in het Hof van Holland, en Adriaen Stalpaert, rentmeester van Kennemerland, als arbiters in het geschil tussen Adriaen van Crimpen, dijkgraaf van Rijnland, enerzijds en Jacob Diercxsz. Stompich, Maerten Aelewijnsz. c.s. uit Pijnacker anderzijds over het slagturven. De arbiters bepalen dat o.a. Dierck Claesz. Sommer ieder afzonderlijk L 2.2.6 van 40 groten Vlaams moeten betalen.
(OAR 2200/192 )

Uit: Nederlands Biografisch Woordenboek:
SASBOUT (Joost), geb. te Delft 4 Maart 1487, overl. te Haarlem 14 Nov. 1546, begraven in de Groote kerk te Arnhem, alwaar zijn grafschrift, zoon van Sasbout Sasbout, thesaurier en burgemeester van Delft, en Machteld van der Dussen, bekend rechtsgeleerde. Na verkrijging van den doctorstitel in de rechten, werd hij spoedig raad in den Hove van Holland (1515). Als zoodanig nam hij een invloedrijke plaats in en vervulde hij verschillende commissies voor den keizer; zoo in 1538 met Maarten van Naarden ter onderhandeling met gecommitteerden van den utrechtschen bisschop over de grenzen der geestelijke en wereldlijke jurisdictie (zie: Oude Vad. Rechtsbr. II: 11, 672 en aldaar 383 een brief van Sasbout daarover dd. 4 Juli 1523). In 1526 werdhij benoemd tot commissaris, aan wien de op bevel der centrale regeering in schrift te brengen hollandsche costumen zouden worden ingeleverd. Wegens financiëele redenen is echter van deze opdracht niets gekomen. Eerst na meermalen herhaalde aanschrijving is eindelijk onder Alva's bestuur ten deele daaraan voldaan. In 1543, na den overgang van Gelderland aan den keizer, werd Sasbout bij de nieuwe ordening van het Hof van Gelderland, tot kanselier van Gelre en Zutphen benoemd, aanvankelijk met behoud van zijn zetel
in het Hof van Holland. Hij deed 7 Nov. 1543 den eed als kanselier. In 1526 had hij een plaats verkregen in het Hof van Friesland, waarop hij in werkelijkheid gezeteld heeft.
Zijn zoon Arnold/Arnout, geboren uit zijn huwelijk met Catharina van der Meer, gaat hiervoor. Hij stond in briefwisseling met Erasmus.
Zijn in hout gesneden portret komt voor in Opmeer's Opus chronographicum (I, 460).
Hoofdindex A-Z