Gezinsblad
Joost (Ridder) Sasbout, geb. 4 mrt 1487, Geboorte volgens Nieuw Nederlands Biografisch Woordenboek, pag.1265., ovl. 1546, begr. te Arnhem 14 nov 1546, zoon van Sasbout Dirksz (Jonkheer) Sasbout en Machtild Jansdr. vander Dussen
Mr. Joost Sasbout, Ridder, Heere van Spaland, eerst Raat van Holland, daarna den eersten Cancelier van Gelderland onder Karel V., burgermeester van Delft.

1-5-1538: Uitspraak van Joost Sasbout, raadsheer in het Hof van Holland, en Adriaen Stalpaert, rentmeester van Kennemerland, als arbiters in het geschil tussen Adriaen van Crimpen, dijkgraaf van Rijnland, enerzijds en Jacob Diercxsz. Stompich, Maerten Aelewijnsz. c.s. uit Pijnacker anderzijds over het slagturven. De arbiters bepalen dat o.a. Dierck Claesz. Sommer ieder afzonderlijk L 2.2.6 van 40 groten Vlaams moeten betalen.
(OAR 2200/192 )

Uit: Nederlands Biografisch Woordenboek:
SASBOUT (Joost), geb. te Delft 4 Maart 1487, overl. te Haarlem 14 Nov. 1546, begraven in de Groote kerk te Arnhem, alwaar zijn grafschrift, zoon van Sasbout Sasbout, thesaurier en burgemeester van Delft, en Machteld van der Dussen, bekend rechtsgeleerde. Na verkrijging van den doctorstitel in de rechten, werd hij spoedig raad in den Hove van Holland (1515). Als zoodanig nam hij een invloedrijke plaats in en vervulde hij verschillende commissies voor den keizer; zoo in 1538 met Maarten van Naarden ter onderhandeling met gecommitteerden van den utrechtschen bisschop over de grenzen der geestelijke en wereldlijke jurisdictie (zie: Oude Vad. Rechtsbr. II: 11, 672 en aldaar 383 een brief van Sasbout daarover dd. 4 Juli 1523). In 1526 werd hij benoemd tot commissaris, aan wien de op bevel der centrale regeering in schrift te brengen hollandsche costumen zouden worden ingeleverd. Wegens financiŽele redenen is echter van deze opdracht niets gekomen. Eerst na meermalen herhaalde aanschrijving is eindelijk onder Alva's bestuur ten deele daaraan voldaan. In 1543, na den overgang van Gelderland aan den keizer, werd Sasbout bij de nieuwe ordening van het Hof van Gelderland, tot kanselier van Gelre en Zutphen benoemd, aanvankelijk met behoud van zijn zetel
in het Hof van Holland. Hij deed 7 Nov. 1543 den eed als kanselier. In 1526 had hij een plaats verkregen in het Hof van Friesland, waarop hij in werkelijkheid gezeteld heeft.
Zijn zoon Arnold/Arnout, geboren uit zijn huwelijk met Catharina van der Meer, gaat hiervoor. Hij stond in briefwisseling met Erasmus.
Zijn in hout gesneden portret komt voor in Opmeer's Opus chronographicum (I, 460).
met:
Catharina van der Meer, ovl. te 's Gravenhage 1543, dochter van Pieter Arent Frankensz. vander Meer en Lidewy de Wilt van Bleyswijk
1) Arnout Sasbout, ovl. 1583
Arnout Sasbout, Ridder, Heere van Spaland, eerst Raad des Konings in de Nederlanden, was ook Raad van Holland en Cancelier van Gelderland, gelijk sijn vader. Laatselijk wiert hy door koning Philips de II verkoren tot President van sijnen secrete raden te Brussel, by brieven daarvan zijnde, getekend tot Madrid, den 1. Juny 1572 doch week daar na anno 1576 vermits de troubles, na Holland;
-----------------------------------------------------
SASBOUT (Arnold), heer van Spalant, uit aanzienlijke delftsche familie, zoon van Mr Joost Sasbout, die volgt, en Catharina van der Meer, overl. in den Haag in 1583. Van zijn jeugd bereikten ons geen berichten. Zijn ambtelijke loopbaan begint met zijne benoeming op 30 Nov. 1543 tot raad-extraordinaris in het Hof van Holland. Die benoeming vond haar grond in de aanstelling van zijn vader tot kanselier van Gelderland Ďmet behoud van zijn staat in Hollandí. Hij deed den eed 20 Dec. 1543. Toen zijn vader afstand had gedaan van dien staat werd de zoon 3 Juni 1545 tot raad-ordinaris in het hollandsche Hof benoemd. Zijn politieke loopbaan dateert van den tijd van het voorspel van den tachtigjarigen oorlog en van de komst van den hertog van Alva inde Nederlanden. In dien tijd trad hij in Holland op als koninklijk commissaris voor de zaken der troebelen. Te Leiden, waar hij in 1567 en 1568 ter beteugeling van de ketterij werkzaam was, werkte de schout Johan van Berendrecht hem met succes tegen. In 1569 werd hij benoemd tot kanselier van Gelderland. Deze gewichtige rechterlijke functie verwisselde hij met de politieke van voorzitter van den Geheimen Raad te Brussel, waartoe hij op een voorstel van Requesens van 12 Maart 1575 werd benoemd.Ten onrechte wordt zijne benoeming door oudere biografen op 1572 gesteld. In 1575 was Sasbout met Rasseghem, Cornelis Suys en Leoninus afgevaardigde des Konings bij den vredehandel met Oranje en de Staten van Holland en Zeeland te Breda. De instructie der koninklijke gezanten van 14 Febr. 1575 was ontworpen door Leoninus. 15 Febr. 1575 kwamen de commissarissen te Breda aan, korten tijd later vingen de onderhandelingen aan, die, gelijk bekend, zonder resultaat gebleven zijn. Sasbout speelde hier geen rol van overwegend belang: in politieke talenten was hij verre de mindere van de ziel der commissie, Leoninus. Sasbout was meer jurist dan staatsman. Van daar zijn betrekkelijk geringe invloed in verband met zijn aanzienlijke positie. Deze steeg door de benoeming tot voorzitter van den Geheimen Raad en kort daarna door zijn zitting nemen in den Raad van State, en dat vooral toen dit laatste college na den dood van den landvoogd Requesens in 1576 het bestuur in handen nam en daarin door Philips II voorloopig bevestigd werd. De revolutionnaire staatsgreep te Brussel van Sept. 1576 bracht hem met andere leden van den Raad van State in gevangenschap. Slechts korten tijd, want door den invloed der Staten van Brabant werden zij spoedig ontslagen en namen opnieuw het bestuur in handen.

In 1577 is hij in Holland, en hoewel nog lid van den Raad van State geblever, was zijn politieke rol gespeeld en hoort men nauwelijks nog iets van hem.

Uit zijn huwelijk net Maria van Heermale had hij eenige dochters: Justina (gehuwd met Adolf van Gryboval), Anna Machteld (gehuwd met Frederik van Voorst), Liduina (gehuwd met Jacob van Scherpenzeel) en Cornelia (gehuwd met Frans van Cranevelt, zoon van Mr. Joost v.C.).

Zie: Fr. Dusseldorpii Annales (Werken Hist. Gen. III: 1) 38, 85; Kronijk Hist. Gen. V (1849) 405; Bijdr. en Med. Hist. Gen. XXV (1903) 190; Dodt, Archief V (1846) 329; Groen van Prinsterer, Archives VI, 48, 117, 271-73; Gachard, Correspondance de Philippe II, III, 276, 567 vlgg.; L. Knappert, De opkomst v.h. protestantisme i.e.N. Ned. stad (Leiden 1908) 258 vlgg.; Geneal. en Heraldische Bladen VII (1912) 233; Blok, Gesch. v.h. Ned. Volk1, III, 159, 164, 166, 202; hs. leidsche Maatsch. Ned. Lett. no. 1170, 498-501.
met:
Maria van Heermale
2) Anna Sasbout, ovl. 1595 met:
Cornelis de Jonge, ovl. 1578
Cornelis: Heer van Baartwijk, Hoge-heemraad van Delfland, Rekenmeester van Holland
3) Louisa Sasbout met:
Jasper Jan/van Brienen

Gezinsblad
Joost (Ridder) Sasbout met:
Margrieta Sluysken, geb. 1526, ovl. te Arnhem 8 aug 1579, begr. te St.Laurens, Arnhem, dochter van Johan Sluysken en Naal Aleida/van Doornick
Hoofdindex A-Z