| Gezinsblad |
|
Joost Vrancken van Rijt, geb. te Kethel ± 1570, ovl. te Overschie 5 aug 1656, zoon van Vranck Joestensz en Grietje Willemsdr (Bras) Morgenboeken 1531-1590: Joost Vranckenzoon zijn landt ende is groot 2 mergen 553 roeden (2 mergen 5˝ hont),Joost Vranckenzoon zijn weer daer ’t huys up staedt ende is groot 4 m 501 roeden (4 mergen) Zie:Repertorium op lenen vd hofstede Hontshol -------------------------------------------------- “Dingboeken”, registers van door schepenen gehouden rechtdagen: Nr. 896 folio 268v. d.d. 26-01-1632. Geertgen Pietersdr. weduwe Jan Arentsz. den Aechter wonende deze ambacht en Joost Vranckensz. gehuwd met Machtelt Jansdr. haar dochter, hebben geexamineerd en zijn overeengekomen ……. Hof van Holland …….. 1631 tussen de (voorn. Joost) Vrancken en Pieter Doenssen uit naam en vanwege haar comparante Geertgen Pietersdr. ter ene zijde ……. Jannetgen Crijnen weduwe Pieter Jansz. Rivert haar zoon, ter andere zijde. Zij verklaren dat op 07-03-1626 tussen henlieden comparanten en Pieter Jansz. Rivert(toen nog in leven) geen afrekening is gemaakt nopens de kusting in hetzelve verhaal geroerd. ---------------------------------------------------- GA Delft, not. arch. Delft, inv. nr. 1930 d.d. 16 augustus 1656, nr. 10. Inventaris opgemaakt door notaris Gerrit van der Wel te Delft ten verzoeke van Vranck Joostensz. van Rijt, Arijen Joosten van Rijt, en Willem Joosten van Rijt, mitsgaders Andries Arijensz. Oolijman getrout hebb. Maritgen Joosten van Rijt, elk voor haar zelf en nog als voogden van de twee nagelaten kinderen van za. Maritgen Joosten van Rijt, alle kinderen en kindskinderen van de voorn. Joost Vranckensz. van Rijt en Machtelt Jans. zal. ---------------------------------------------------- Protocollen van voor schout en schepenen verleden akten van transport, schuldbekentenis, borgstelling, testament: Kethel Nr. 28 folio 25 d.d. 14-05-1603. Jan Gerritsz. Delft met procuratie van Gerrit Jansz. Delft zijn vader, de procuratie verleden voor burgemeesters en raden van Groningen in dato 06-04-1603, heeft verkocht aan Willem Hendricxz. Gorter en Joost Vrancken, beiden wonende Kethel, 12 morgen 85 roeden land zoals Gerrit Jansz. Delft het van de Staten van Holland heeft ontvangen. Gelegen in de Oostabtspolder en belend ten N: Mathijs Jacobsz. Holierhoeck met Jan Lenertsz. bakker te Overschie en ten Z: de voorn. Gerrit Jansz. Delft, mitsgaders de weduwe van Joris bakker met haar werf en 1 morgen land en de Kerk met de Heilige Geest van Kethel, elk met ˝ morgen, mede aan de zuidzijde gelegen en achter Joris bakker werf afgeheind, welk eertijds mede annex tot de 12 morgen 85 roeden behoord heeft. Vrij en niet belast, zoals Gerrit Jansz. Delft of zijn huisvrouw het bezeten heeft en gekocht van de Staten van Holland, waarbij Gerrit Jansz. Delft het in een partij van 26 morgen 5 hond 6 roeden gekocht had. Betaald met een losrentebrief van f 100 carolus per jaar, zijnde de helft van f 200 die de Staten van Holland bij het verkopen van de voorsz. gehele partij daarop gehouden hebbe. Mitsgaders nog een schuldbrief inhoudende f 2.346, te betalen .. part gereed en de rest op 2 termijnen. Nr. 29 folio 26 d.d. niet gedateerd. Willem Hendricxz. gorter en Joost Vrancken beiden wonende in Kethel zijn schuldig aan Gerrit Jansz. Delft de somme van f 2.346 van 40 gr. Vlaams, spruitende uit de koop van 12 morgen 85 roeden land in de Oostabtspolder, belend ten N: Mathijs Jacobsz. Holierhoeck met Jan Lenertsz. bakker te Overschie en ten Z: de voorn. Gerrit Jansz. Delft, mitsgaders de weduwe van Joris bakker die met haar werf en 1 morgen land en de Kerk met de Heilige Geest van Kethel elk met ˝ morgen daar mede aan de zuidzijde in gelegen zijn en achter Joris bakkers werf afgekaveld is, welk afgekavelde werf eertijds mede tot annex de voorsz. 12 morgen 85 roeden behoord heeft. Te betalen ? part gereed en de rest op 2 termijnen. Zij verbinden hieraan het voornoemd gekochte land. Nr. 30 folio 27 d.d. niet gedateerd. Willem Hendricxz. gorter en Joost Vrancken beiden wonende in Kethel zijn schuldig aan Gerrit Jansz. Delft een erfelijke rente van f 100 carolus per jaar, spruitende uit de koop van 12 morgen 85 roeden land in de Oostabtspolder, belend zoals in de vorige akte omschreven. met: Machteld Jansdr den Aechter (Exter), ovl. te Overschie ± 1656, dochter van Jan Arentsz den Aechter (Exter) en Geertge Pietersdr |
|
1) Arijen Joosten (Adriaen) van Rijt, geb. te Schiedam 1608, ovl. te Kethel, begr. te Kethel 27 sep 1661 broer van Vranck Joosten van Rijt. Overleden tussen 1661 en 1667. P R O T O C O L L E N V A N V O O R S C H O U T E N S C H E P E N E N - RECHTERLIJK ARCHIEF KETHEL EN SPALAND 1672/1684: Claes Arijensz. van Rijt, Gerrit Arijensz. van Rijt, Vranck Arijensz. van Rijt, Jan Arijensz. van Rijt, Cornelis Francken Slobbe gehuwd met Geertje Arijensdr. van Rijt, Arijen Hillebrantsz. Ouwervest gehuwd met Maritgen Arijensdr. van Rijt, Leendert Arijensz. van Winden gehuwd met Fijtgen Arijensdr. van Rijt, voor hunzelf en vervangende Joost Arijensz. van Rijt, allen kinderen en erfgenamen van Maertje Claesdr. van Santvliet die weduwe en boedelhoudster was van Arijen Joosten van Rijt. Zij bekennen verkocht te hebben aan Gerrit Keijser wonende te Rotterdam, een partij land van ouds begroot op 12 morgen 85 roeden en bij meting van de gezworen landmeter Nicoles Stampioen te Rotterdam, groot bevonden 12 morgen 8 roeden. Gelegen in de Oostabspolder, belend ten N: Claes Dircxz. Goutappel, ten Z: Job Arijensz. de Goede, Cornelis Pietersz. Ruijter en Bonefaes Cornelisz., ten O: de Delfse Schie en ten W: de Polderweg. De 2 jongste opdrachtbrieven in dato 14- 05-1603 en 18-03-1609. Niet belast. Prijs f 5.700, contant geld en een obligatie van f 2.700. Gehuwd te Schiedam(gerecht) 19 jul 1634, @N276@ met: Maertgen Claesdr van Santvliet, ovl. voor 1672, dochter van n.n. van Santvliet en Sijtge Maertensdr (Fijtge) Verdel |
|
2) Vranck Joostenz (Frank van Overrijt) van Rijt, geb. ± 1595, ovl. te Schiedam 1670, begr. 11 nov 1670 DINGENBOEK KETHEL Nr. 732 folio 199v. d.d. ..-02-1628. Vranck Joosten wonende Schiedam zoon van Joost Vrancken eiser in cas van naasting contra Sier Dircxz. wonende Kethel-ambacht gedaagde. De eiser zegt dat zijn vader enige tijd geleden in een herberg aan de gedaagde had verkocht een gedeelte van zijn boomgaard, gelegen aan de noordzijde van zijn woning, voor de prijs van f 300, contant geld, boven de wijnkoop en het betaald gelag en enig speldegeld. De eiser ziet niet graag dat de boomgaard van de woning van zijn vaders huis zou worden gesepareerd. Zo concludeert hij als oudste zoon en mitsdien gerechtigd, tot de naasting. -------------------------------------------------------------------- 1638: Reeckening, bewijs ende reliqua, die doende is Govert Jansz. Dubois van de quotisatie van den 200° penning over de stadt Schiedam ende de quartiere daer onder gestelt van de waerde van alle roerende ende onroerende goederen. Over de inwoonders ende ingesetenen aldaer, volgende de resolutie van de Heeren Staten van Hollandt ende West Vrieslant, mitsgaders de commissie ende instructie bij deselv daer op gedepecheert in de jare 1638 ende dat van den ontvangh ende uijtgeeff die den voorsz. ontfanger van wegen den voornoemde 200° penning gehadt ende gedaen heeft. Gemaeckt in ponden van 40 grooten; schellingen ende penningen naer advenant. SOUTEVEEN: Isbrant Willemsz. Overrijt 15-00-00 Jan Willemsz. Overrijt 15-00-00 ---------------------------------------------- 1654: Cohier van den 200° penningh over dese stede Schiedam ende alle de dorpen onder dese stede behoorende, mitsgaders Vlaerdingen, Vlaerdinger Ambacht ende Soeteveen, genomen ende geformeert vuijt het Quohier van den jaere 1644, des dat hetselvevermindert is met die geene die sedert vertrocken, gestorven ende verarmt sijn ende weder geaugmenteert met die geene die van nieuws binnen deser stede ende dorpen sijn comen wonen, verrijckt ende gequalificeert sijn geworden in confirmite van de resolutie van 30 augustus 1652 om den voorn. 200° penningh gevens gelt betaelt te werden binnen ses weecken naer het vuijtgaenvan de biljetten aen den Cornelis Besemer, ontfanger, daertoe gecommitteert: Vranck Joosten Overrijt. Solvit 15-06-1653 40-00-00 Jan Willemsz. Overrijt. Solvit 05-08-1653 30-00-00 ------------------------------------------------- SOUTEVEEN: Isbrant Willemsz. Overrijt. Ontvangen 30 gulden 30-00-00 gehuwd met (1) Sijtge Maertens, sergeant der Schutterij van Schiedam. Maken hun testament, waarbij zij elkaar tot erfgenaam benoemen, mits de langstlevende aan Maertge Claes, gehuwd met Arien Joosten van Rijt, dochter uit het eerste huwelijk van Sijtge Maertens, en aan Janneken Vrancken van Rijt, hun dochter, enige goedeen, de helft van het ongemunte goud en zilver, overdragen en als de man eerst overlijdt, zal de vrouw het vruchtgebruik van hebben van het voorn. legaat voor Janneken Vrancken, terwijl bij hertrouwen van de langstlevende hij de helft van de boedel aan de kinderen zal moeten overdragen, terwijl Maertge Claes niet de goederen zal erven, die de man nog van zijn vader Joost Vrancken van Rijt zal erven, benoemen tot voogden over hun minderjarige erfgenaemen voor de man Isbrant Willemsz. van Rijt, zijn neef, en voor de vrouw Reijnoudt Maertensz Verdel, haar broeder. 20 jan. 1656. ============= d.d. 29-05-1657. O U D R E C H T E L I J K A R C H I E F S C H I E D A M Vranck Joosten van Overrijt gewezene sergeant van de Schutterij alhier constitueert Jacob Bollaert notaris en Jan Veen klerk ter secretarie alhier, om te Kethel opdracht te geven aan Maerten Raesz. van 4 morgen land in de Nieuwlandse polder in de ambacht van Kethel. ============== 18 januari 1660: Vranck Joostensz is benoemd tot voogd door Maritgen Heijndricxsdr., huisvrouw van Harman Jansz. van Diemen, backer te Schiedam, wonende binnen Schiedam, zie aldaar, in dato 18 januari 1660. ============ Rechterlijk archief Kethel: 1628: Vranck Joosten wonende Schiedam zoon van Joost Vrancken eiser in cas van naasting contra Sier Dircxz. wonende Kethel-ambacht gedaagde. De eiser zegt dat zijn vader enige tijd geleden in een herberg aan de gedaagde had verkocht een gedeelte van zijn boomgaard, gelegen aan de noordzijde van zijn woning, voor de prijs van f 300, contant geld, boven de wijnkoop en het betaald gelag en enig speldegeld. De eiser ziet niet graag dat de boomgaard van de woning van zijn vaders huis zou worden gesepareerd. Zo concludeert hij als oudste zoon en mitsdien gerechtigd, tot de naasting. ------------------------------------ Oud rechtelijk archief Schiedam 14-05-1639. Pouwels Willemsz. Snel verkoopt Vranck Joostenz. van Overrijt een huis en erf gelegen op de Dam en nog een huisje en erf daar achter in de steeg, gekomen van Joris Ariensz. cagenaer, belend het voorsz. huis en erf O ‘s-heren steeg en Whet huis van Thomas Huttingh competerende het weeshuis, strekkende voor van de straat tot achter op de Haven uitkomende en het kleine huisje belend N het grote huis en Z het huis van Maertgen Jacobsdr. Maen weduwe, strekkende voor van de straat tot achter aan het grote huis (oude waarbrief grote huis van 31-03-1636 en van het kleine huis 09-12-1637), voor 1200 gld in gereed geld ontvangen. --------------------------------------- Oud rechtelijk archief Schiedam 09-07-1667. Trijntgen Gerritsdr. laatst weduwe van Maerten Raese voor ˝ en Vranck Joostenz. van Overrijth en Cornelis Gerritsz. van Luchtigheijt voogden over de nagelaten weeskinderen van Maerten Raese voor de ˝ verkopen Pleuntgen Cornelisdr. Oosterlee weduwe zekere boomgaard of tuin met tuinhuisje daarop staande gelegen op de Schie met een ingang van een poort, belend Z voor Hubrecht van der Vecht raad en fabriekmeester en achter met een scheidsloot en W de koper, alles volgens de oude waarbrief van 09-05-1660, voor 700 gld in gereed geld ontvangen. ----------------------------------- Protocollen van voor schout en schepenen verleden akten van transport, schuldbekentenis, borgstelling, testament. Kethel Nr. 54 folio 41v. d.d. 17-08-1657. Vranck Joosten van Rijt wonende Schiedam heeft verkocht aan Maerten Raesz. brandewijnbrander te Schiedam, 4 morgen land in de Nieuwlandse polder. Belend ten N: de verkoper, ten O: de erfgenamen van Wilhem van der Houff, in leven dijkgraaf van Delfland, ten Z: het Fraterhuis te Delft en ten W: de uiterdijk over de Oudendijk. De 2 jongste opdrachtbrieven waarmede de verkoper het land is opgedragen in dato 03-04-1636 en 01-02-1651. Niet belast. De koper zal moeten presteren 2 jaar huur die Thonis Jorisz. Post voor f 40 de morgen aan het verkochte land is hebbende, ingaande St. Pieter laatstleden. Prijs f 110 iedere morgen, gereed geld. ------------------------------------------------- Ondertrouwd te Schiedam 9 nov 1625 Gehuwd te Schiedam 23 nov 1625, @N2220@ met: Sijtge Maertensdr (Fijtge) Verdel, geb. 1605, ovl. te Schiedam 6 aug 1657 1e huwelijk 2e huwelijk, dochter van Maerten Cornelis Verdel en Marijtje Gerrits Hof van Delft - Giftboek 10-11-1652: Maertgen Pietersdr. wed. van Floris Maertensz. Verdel voor de ene helft, mitsgaders Jacob Beijersz. Outshoorn wonende tot Wateringen, Beijer Arentsz. Outshoorn mede wonende tot Wateringen als vader en voogd van Geertge Beijersdr. Outshoorn vermits haar indispositie en anders haar zinnen niet volkomen machtig, en PieterCornelisz. Moll wijnkoper tot Delft als getrouwd hebbende Annetge Beijersdr. van Outshoorn, te samen kinderen van Marijtge Maertensdr. Verdel voor een vijfde part, Reijnout Maertensz. Verdel wonende in Hazerswoude mede voor een vijfde part, VranckJoosten van Rijt wonende tot Schiedam als getrouwd hebbende Fijtge Maertensdr. Verdel mede voor een vijfde part, Cornelis Jansz. wonende tot Noordwijkerhout als procuratie hebbende van Pieter, Marijtge, Maerten, Annitge en Machtelt Gerritsdr., kinderen van Gerrit Maertensz. Verdel mede voor een vijfde part (proc. voor Johannes Outshoorn not. te Amsterdam d.d. 16-10-1652), mitsgaders van Maerten Jacobsz. Verdel, Marijtge Jacobsdr. Verdel, Jan Jacobsz. Verdel en Niesgen Jacobsdr. Verdel kinderen van Jacob Maertensz. Verdel voor het resterende vijfde part in de helft en nog dezelve vijf staken voor vijf achtste parten in de wederhelft van dezelve helft, mitsgaders Maerten Engelen van Duijndam, zoon van Engel Cornelisz. Duijndam als procuraie hebbende van Jan Louwerisz. Huijsman tot Lisse als getrouwd hebbende Ermtge Cornelisdr. Verdel zo voor hem zelf als vervangende en hem sterk gemaakt hebbende voor Jannitge Cornelisdr. Verdel mondige ongehuwde persoon, kinderen en erfgenamen van Cornelis Maertensz. Verdel voor achtste part voor de helft in de wederhelft of vierde part in het geheel, mitsgaders de zelve Maerten Engelen in de voorsz. kwaliteit voor hem zelf en nog als procuratie hebbende van Cornelis Engelen Duijndam van Pieter Engelen, Crijn Engelsz. mitsgaders van Jannitge Engelsdr. mondige ongehuwde dochter (proc. voor Nicolaes Delvendiep not. tot Noordwijk d.d. 22-10-1652), mitsgaders Dirck Engelsz. tot Voorschoten voor hem zelf, te samen kinderen van Lijsbeth Maertensdr. Verdel mede voor een achtste part in een vierde part, nog Cornelis Claesz. van der Does wonende tot Katwijk aan Zee als getrouwd hebbende Arentge Maertensdr. Verdel voor het resterende achtste part in een vierde part, alle erfgenamen van Floris Maertensz. Verdel in zijn leven gewoond hebbende op de Buitenwatersloot in de stad Delft, winnen gift door het overlijden van dezelve Floris Maertensz. Verdel tot de voorsz. wed. en erfgenamen behoef, respectievelijk van:5 morgen patrimoniaal land gelegen in de jurisdictie van het Hof van Delft in het Cleijne Hoff in de Sad of Suijtdijck zijnde onvrij hofland, staande de morgen op 10 ponden schots. |
|
3) Willem Joosten van Rijt, geb. ± 1615, ovl. te Kethel, begr. te Kethel 13 mei 1669 In het RA van Kethel deel 92 vond hij dat op 21-05-1670 Cornelis Dammisz, timmerman wonende Overschie, heeft verkocht aan Pieter Gijsen Voskuyl, wonende in deze ambacht, een huizing en erf aan de Delftse Kade in Noord Kethel, belend N Arijen Arijenszn Berckel en Z het weeskind van Willem Joosten van Rijt. Strekkende voor van de voorn kade tot achter aan de Delfweg, jongste opdrachtbrief 06-08-1668, belast met een kapitaal van 200 gulden tbv de Heilige Geest van Kethel en een erfpachtte ontvangen door het weeskind van Willem Joosten van Rijt, welke lasten de koper overneemt. De koopprijs bedraagt 716 gld contant. ------------------------------------------- Nr. 4 folio 3 d.d. 20-01-1655. Pieter Dircxz. wonende aan de Delftse Schie heeft verkocht aan zijn broeder Sier Dircxz., een huis en erf aan de Delftse kade in Kethel. Belend ten N: de weduwe van Adriaen Arijensz. Suijckerbosch en ten Z: de koper zelf. Strekkende voor van de kade tot achter aan de weg. Belast met f 0-12-08 per jaar, toekomende Willem Joosten van Rijt. Prijs f 300. --------------------------- Uit: Protocol van transporten en schuldbrieven van Vlaardingerambacht: folio 105 13-5-1658: Comp. Willem Joosten van Rijt wonende aan de Poldervaart voor hem zelf en nog vervangende voor Dirck Adriaensz. Suijcker wonende in Abtswoude beide als voogden van de minderjarige kinderen en erfgenamen van Arijen Arijensz. Suijcker bijhem in huwelijk verwekt bij Trijntge Cornelisdr. de Vlieger en verkopen aan Gerrit Louwersz. van Noorden bouman wonende in Hoochstadt binnen de stad Vlaardingen 4 morgen 4 hond 55 roeden allodiaal en patrimoniaal land gelegen in Hoochstadt onder Vlaardingerambacht, de voornoemde kinderen moeder aangekaveld uit de boedel van Grietge Claesdr. wed. van Claes Cornelisz. Vlieger der kinderen grootmoeder was, alles volgens de brief d.d.25-4-1650 en extract authentiek uit de kaveling gedaan op 29-3-1637. Voor 575 car. gld. in contant geld voor iedere morgen. met: Grietge Ariens Suijcker, begr. te Kethel 27 aug 1664, dochter van n.n. Suijcker en N.N. |
|
4) Marijtje Joosten van Rijt, geb. ± 1617, ovl. 21 okt 1661, begr. te Hillegersberg
Gehuwd 22 jan 1644 met: Andries Arijensz Olijman, geb. ± 1607, ovl. 1 dec 1670, zoon van Arijen Pietersz. Olijman en Annetge Ariensdr |