|
Een kijkje op
Zeeuws-Vlaanderen in de 17e en 18e eeuw

Bron: Wikipedia
De Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) bracht militaire inundaties met zich
mee, waarvan die van 1583 wel het meest ingrijpend was. Zeegeulen ontstonden
en deze gingen meer dan 10 km het binnenland in. De meeste polders werden
weer schorren en slechts enkele eilanden bleven bewoonbaar. De
Staats-Spaanse Linies werden aangelegd en deze zouden de latere grens
markeren tussen Staats- en Spaans-Vlaanderen. In 1604 werd het huidige West
Zeeuws-Vlaanderen goeddeels Staats en in de jaren daarna zou Oost
Zeeuws-Vlaanderen volgen.
De grens met de door de Spaanse koningen en later door de Oostenrijkse
Habsburgers bestuurde Zuidelijke Nederlanden liep ongeveer waar hij nu loopt
tussen Zeeuws- en Oost-Vlaanderen. De grens was aan beide zijden geheel
gefortificeerd, conform de manier van oorlogvoering in die dagen.
Godsdienstige situatie
Het zwaartepunt van de Nederlandse bemoeienis lag tijdens de Tachtigjarige
Oorlog aanvankelijk op de westelijke helft, die in 1604 in Staatse handen
kwam. Ook het eiland van Axel was al langer in Staatse handen. De op dit
eiland liggende plaatsen, zoals Zaamslag, Axel en Hoek (Terneuzen) zijn dan
ook overwegend protestant. Het Land van Hulst kwam pas later in Staatse
handen is is overwegend katholiek. Voor West Zeeuws-Vlaanderen ligt de
situatie ingewikkelder. De grensstreek met België in het zuiden is
overwegend katholiek, terwijl de kustplaatsen zoals Cadzand, Zuidzande,
Nieuwvliet, Retranchement en Breskens voor het merendeel protestant zijn.
Tussenliggende plaatsen, met name Oostburg zijn gemengd. Een rol hierin
heeft gespeeld de komst van Calvinistische en Lutherse vluchtelingen zoals
de Hugenoten in 1689 en de Salzburger emigranten in 1733. Aardenburg was een
toevluchtsoord voor reformatorisch gezinden uit Vlaanderen. Dit betrof
bijvoorbeeld de Doopsgezinden die omstreeks 1629 uit Vlaanderen moesten
vluchten. In 1650 werd in Aardenburg een vermaanhuis gebouwd.
Ook katholieken trokken naar Zeeuws-Vlaanderen. Dit betrof bijvoorbeeld
Vlaamse dijkwerkers die betrokken waren bij de aanleg van de
Hoofdplaatpolder op het eind van de 18e eeuw. Zij bleven er wonen en vormden
op hun beurt weer katholieke enclaves.
Generaliteitsland
De inname van Staats-Vlaanderen maakte een blokkade van de Westerschelde
mogelijk waardoor de haven van Antwerpen na de val van Antwerpen onbruikbaar
werd voor de Spaanse marine en de Antwerpse handel. Deze blokkade werd
opgeheven in 1648, in het kader van de Vrede van Münster.
Zeeuws-Vlaanderen werd toen een generaliteitsland dat geen stem in het
landsbestuur van de Republiek der Verenigde Nederlanden had.
Franse tijd
Dit veranderde toen Sluis in 1794 door de Fransen werd veroverd.
Staats-Vlaanderen werd ingedeeld bij Oost-Vlaanderen maar in 1795 werd het
ingelijfd bij Frankrijk als Département de Sas-de-Gand, ingedeeld in de
kantons Oostburg, Sluis, IJzendijke, Sas van Gent en Hulst. In 1796 werd het
Département de l'Escaut ingesteld, waar Staats-Vlaanderen toe ging behoren.
Na de aftocht der Fransen werd het gebied op
14 februari 1814 opnieuw door Nederland in bezit genomen. Op 28 april 1814
werd het bij de nieuw gevormde provincie Brabant ingedeeld. Dit was niet
praktisch en ook van korte duur, want op 19 september 1814 werd het
voormalige Staats-Vlaanderen onderdeel van de provincie Zeeland en hernoemd
tot Zeeuwsch-Vlaanderen, de huidige naam, die tegenwoordig meestal als
Zeeuws-Vlaanderen wordt gespeld.
In 1830 werd het Koninkrijk België een feit en werden de grenzen zoals we
die nu kennen, in grote lijnen vastgesteld.
 |